Een eerlijk, warm en diep verhaal over autisme, energiebalans en de zachte kracht van honden
Aankomende zaterdag is het zover: we krijgen er een nieuw gezinshoekje bij. Een labradorpuppy. Zijn naam is Storm. Ik heb het al zo vaak hardop gezegd, maar toch voelt het nog steeds een beetje onwerkelijk. Op een zachte manier. Alsof er iets nieuws begint dat precies klopt met waar wij nu zijn als gezin.
Storm komt niet alleen voor de gezelligheid. Hij krijgt een belangrijke plek in ons leven — voor ons allemaal, maar ook voor mij persoonlijk. Niet als officiële hulphond, maar wel als een investering in mijn dagelijks leven, mijn gezondheid en mijn balans. Het is geen vervanging voor therapie, maar het scheelt wél. En eerlijk is eerlijk: dat voelt als een enorme opluchting. Een hond brengt iets wat geen mens, geen therapie en geen medicijn kan geven.
We hebben natuurlijk al een hondje: het maltezer-havanezer maatje van mijn zoon. Een heerlijk, lief ding. Echt zijn kamerraad. Maar Storm… die wordt anders. Hij wordt een hond waar we alledrie iets uit kunnen halen. Voor mijn zoon een speelkameraadje. Voor mijn man rust en gezelligheid. En voor mij een stukje balans dat ik anders moeilijk zelf kan vinden.
Waarom een hond voor mij zoveel betekent
Ik heb autisme, en dat bepaalt veel in mijn dagelijks leven. Voor mij is een hond niet “gewoon leuk erbij”. Het is structuur. Rust. Een manier om de wereld aan te kunnen zonder overweldigd te raken.
Als ik niet hoef te werken, ben ik iemand die makkelijk binnen blijft. Binnen is veilig, rustig en voorspelbaar. Maar binnen is ook isolerend. Geen frisse lucht. Geen beweging. Geen sociale oefening. En hoe prettig ik het ook vind om mensen te vermijden, uiteindelijk maakt het sociaal contact voor mij juist moeilijker als ik het ontloop. Dan komt het harder binnen als het wél gebeurt.
Met een hond is dat anders. Een hond móét naar buiten, ongeacht hoe ik me voel. Hij geeft me dat duwtje dat ik mezelf anders niet geef. Hij brengt me in de wereld, maar op een manier die ik aankan.
Prikkels vermijden helpt mij niet — doseren wel
Veel mensen denken dat iemand met autisme prikkels vooral moet vermijden. Maar voor mij werkt het bijna andersom. Wanneer ik alle prikkels vermijd, komt alles des te harder binnen als ik er wél mee te maken krijg.
Met een hond kom ik prikkels in kleine, behapbare stapjes tegen. Een vogel. Een voorbijganger. De wind. Een onbekende geluid. Het kost energie, absoluut. Maar ik onderhoud het wel. Daardoor blijft het hanteerbaar en zakt mijn drempel niet weg.
Het is een vorm van training. Zonder dat het voelt als training.
Een hond die me spiegelt
Honden voelen feilloos aan hoe het met je gaat. Mijn huidige hondje doet dat al. En Storm zal dat zeker doen.
Wanneer ik te veel in mijn hoofd zit, te gehaast ben, of teveel prikkels heb opgehoopt, komt de hond vaak naar me toe. Hij vraagt dan aandacht — en op het moment dat ik reageer, besef ik:
“Miranda, je bent te druk. Adem. Zak even terug.”
Een hond zegt het niet, maar laat het voelen.
Hij oordeelt nooit.
Hij spiegelt alleen maar — eerlijk, zacht, en precies op tijd.
Mijn energiebalans is kwetsbaar
Wat veel mensen niet zien, is hoe snel mijn energie opraakt.
Ik ben sociaal, ik vind mensen leuk, ik vind een praatje écht gezellig… maar tegelijkertijd werkt het dubbel. Het kost mij enorm veel energie.
Een simpel praatje kan mijn batterij van 80% naar 5% trekken. En dan ben ik niet alleen moe — ik ben uitgeput. Mijn hoofd draait door, mijn lichaam staat “aan” en ik kan niet meer zakken.
Bij visite, of als ik ergens op bezoek ga, voel ik dat nog sterker.
Ik vind het leuk.
Ik geniet zelfs.
Maar diezelfde visite zorgt er ’s nachts voor dat ik niet kan slapen. Of wakker word met een lijf dat nog steeds gespannen is. Mijn hoofd gaat maar door, mijn gedachten blijven kleven.
Dat stuk is zwaar.
Maar juist daar helpt een hond.
Een hond neemt geen energie — hij brengt rust terug.
Aanraking en ontlading — op een manier die bij mij past
Aanraking is voor mij niet vanzelfsprekend. Het kost me moeite en energie. Het voelt vaak te dichtbij of te plots. Maar een hond aaien voelt wél goed. Dat is veilig. Warm. Vertrouwd. Zonder verwachtingen. Zonder sociale lading.
En als ik spanning heb, kan ik dat soms uiten met mijn stem richting de hond — niet boos, nooit onaardig — maar gewoon ontladen. Gewoon de druk eraf laten. En een hond raakt daar niet van in de war. Zolang hij liefde voelt, is alles goed. Hij blijft.
Dat maakt het zo’n veilige plek.
Storm is meer dan een puppy
Dus ja, zaterdag komt Storm.
Een bolletje energie.
Een hartslagje op vier pootjes.
Maar voor mij — voor ons — is hij zoveel meer.
Hij wordt:
rust
structuur
spiegel
gezelschap
een stukje vrijheid
een stukje heling
een stukje balans
Het is geen vervanging voor therapie, maar het scheelt wél.
Het helpt me vooruit.
Het biedt dingen die ik anders moeilijk kan vinden.
Het maakt de drempel naar het leven net een beetje zachter.
Ik kijk ernaar uit om hem te leren kennen, hem te zien groeien, en samen met hem een nieuwe balans te vinden.
En ik denk dat Storm, op zijn eigen manier, net zo blij zal zijn met ons — als wij nu al met hem zijn.
Welkom alvast, Storm.
Je bent nu al thuis.





0 reacties