Lange tijd dacht ik: “Inertie? Daar heb ik niet zo veel last van.”
Ik kon me er niet echt iets concreets bij voorstellen.
Tot ik me er wat meer in ging verdiepen — en merkte hoe vaak ik zélf vastloop tussen werk en privé, tussen doen en ontspannen, tussen willen en kunnen.
Toen viel het kwartje.
Dat dus.
Dat gevoel dat ik niet in beweging kom, ook al wil ik het wel.
Dat mijn hoofd zegt: nu even iets voor jezelf doen, maar mijn lichaam lijkt te blijven hangen in stilstand.
Dat is inertie.
Na mijn werk kan ik bijvoorbeeld moeilijk overschakelen naar privé.
Ik weet dat ik moet eten, of dat het fijn zou zijn om te lezen of iets in huis te doen, maar ik blijf in een soort tussenstand hangen.
Het is niet dat ik niet wíl — ik kom er gewoon niet toe.
Dat is precies het lastige van inertie:
de intentie is er, maar de uitvoering stokt.
Alsof er een onzichtbare drempel tussen “denken” en “doen” ligt.
En hoe meer druk ik op mezelf leg, hoe dikker die drempel wordt.
Door beter te begrijpen wat inertie is, leerde ik er anders naar kijken.
Niet als iets wat “weg moet”, maar als iets wat aandacht vraagt.
Een signaal dat mijn brein even tijd nodig heeft om over te schakelen.
De drie woorden die voor mij het meeste verschil maken zijn:
energiebeheer, compassie en structuur.
Energiebeheer
Ik let beter op mijn energie in plaats van alleen op mijn to-do’s.
Soms moet ik eerst ontprikkelen of even niets doen vóór ik iets nieuws begin.
Door rust in te bouwen, komt de beweging vanzelf terug.
Compassie
Ik probeer minder te oordelen.
Niet denken “ik stel me aan” of “ik ben lui”, maar eerder:
mijn brein heeft even tijd nodig om over te schakelen.
Die zachtheid opent ruimte om wél te bewegen.
Structuur
Een voorspelbare dagindeling en kleine stapjes helpen.
Duidelijkheid geeft rust — het scheelt al als ik precies weet wat de eerste stap is.
Een visuele planning of herinnering kan wonderen doen.
Inertie vraagt dus niet om harder duwen, maar om meer begrip.
En dat begint bij luisteren naar jezelf.
Wat ik eerst niet herkende, zie ik nu als iets dat heel veel verklaart.
Inertie is niet iets wat “weg” hoeft, maar iets wat begrepen mag worden.
Door te luisteren naar mijn eigen tempo en met zachtheid te kijken naar wat ik nodig heb, ontstaat er ruimte.
En juist in die ruimte — tussen willen en kunnen — ontstaat langzaam beweging.
Niet door te duwen, maar door te mogen zijn.
Daarin ligt voor mij de overgang van overleven naar liefdevolle acceptatie.
In mijn werk als autismecoach deel ik niet alleen kennis, maar ook mijn eigen ervaringen — eerlijk, herkenbaar en met veel liefde voor de praktijk.
Tijdens mijn workshops, lezingen en trainingen laat ik zien hoe autisme er in het dagelijks leven écht uit kan zien, en hoe je stap voor stap meer rust en verbinding kunt vinden.
Ontdek meer via:
www.schootkrachtautismecoaching.com
In deze persoonlijke blog beschrijf ik hoe onduidelijkheid mij uit balans brengt bij autisme. Wat…
Een persoonlijk en eerlijk verhaal over werken met autisme, zorgen voor een gezin, beperkte energie…
In dit persoonlijke artikel deel ik hoe autisme en aanraking bij mij samenkomen. Waarom te…
Maand december vind ik altijd een uitdaging. Daarom neem ik de laatste paar jaar ook…
Soms lukt het niet om alles in balans te houden. Miranda vertelt openhartig hoe stress…